
De Amerikaanse Burgeroorlog vond plaats tussen 1861 en 1865 en
werd uitgevochten door de noordelijke staten (ook wel de Unie genoemd) enerzijds en de afgescheiden zuidelijke staten (de Confederatie of de Geconfedereerde Staten van Amerika genoemd) anderzijds.
Er vielen naar schatting 618.000 doden.

Naarmate de Unie zich meer uitbreidde in westelijke richting, kwam de vraag op of ook in de nieuw gevormde staten slavernij moest worden toegelaten. In de zuidelijke staten waren slaven werkzaam op katoenplantages. Deze staten leverden het katoen voor de Engelse textielindustrie, en zij wensten deze plantages ook in de nieuwe staten te vestigen. De noordelijke staten voelden niets voor de daarmee gepaard gaande uitbreiding in westelijke richting van de slavernij, die zij ook in moreel opzicht verwierpen. Dit was de kern van het conflict, dat tot oorlog leidde; een oorlog die na 4 jaar werd gewonnen door de Noordelijke Staten. Met het einde van de burgeroorlog werd door het Congres en de staten het 13e amendement op de Grondwet aangenomen, waarin de afschaffing van de slavernij voor de gehele Unie werd vastgelegd. De oorlog had grote gevolgen voor de Amerikaanse samenleving als geheel. Ook nu nog voelen zuiderlingen zich dikwijls benadeeld door de Reconstructie die hun werd opgelegd, nadat alle slaven in vrijheid waren gesteld. 
Noordelijke staten, Zuidelijke staten en grensstaten
Gedurende de oorlog werden verspreid over bijna alle staten aan de westgrens van de toenmalige VS tal van bloedige veldslagen geleverd. De laatste vond plaats op 13 mei 1865 bij Palmito Ranch in het zuiden van de staat Texas. In juni van datzelfde jaar gaf het Zuiden zich over.
Ohio en de burgeroorlog.
Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, speelde de Staat van Ohio een belangrijke rol in het leveren van troepen, militaire officieren, en de bevoorradingvan het leger van de Unie.
Door zijn centrale ligging, de groeiende bevolking, was Ohio zowel politiek als logistiek een belangrijke Staat in de oorlog.
Ohio was politiek zwaar verdeeld, er waren een aantal zeer krachtige Republikeinse politici, en vooral in het zuiden waren het de “Peace Democrats” die openlijk tegen het beleid van President Abraham Lincoln waren. Ohio speelde voor het uitbreken van de oorlog een belangrijke rol in de “Underground Railroad”, en was een toevluchtsoord voor ontsnapte slaven. (Afschaving van de slavernij was de inzet van de Burgeroorlog)

De staat Ohio leverde 320.000 militairen voor de Union Army. Dit waren na New York en Pennsylvania de meeste militairen die door de diverse Staten werden gemobiliseerd.
Bij het uitbarsten van de Burgeroorlog in 1861, werd op verzoek van President Lincoln, begonnen met het oprichten van 23 infanterie regimenten. Deze bestonden uit vrijwilligers, -later kwam er een dienstplicht- voor een periode van 3 maanden.Toen duidelijk werd dat deze oorlog wel langer zou gaan duren werd het een periode van 3 jaar. Onder de vrijwilligers waren 5.092 slaven, die gevlucht waren uit andere Staten en hier een vrij bestaan genoten.
Tientallen kleine kampen werden gevestigd over de staat om de nieuwe regimenten op te leiden en voor te bereiden op de oorlog. Twee grote militaire posten werden gecreëerd: Camp Chase in Columbus en Camp Dennison dichtbij Cincinnati.
Boven een tekening van Camp Chase, onder Camp Dennison

Ohio's soldaten kwamen voor de eerste keer in actie bij de “Battle of Philippi Races” in juni 1861, waar het 14de en 16de Infanterie regiment een aandeel hadden aan een overwinning. Bij de “ Battle of Shiloh raakten 1676 soldaten gewond. De meeste slachtoffers vielen tijdens de “ Battle of Chickamauga in september 1863, waar 1.676 Buckeyes werden gedood of gewond raakten. In die slag werden 1.351 mensen krijsgevangene genomen door de Confederates. Onder deze gevangenen, zijn 36 mensen van de 2de Infanterie van Ohio in de beruchte Andersonville gevangenis gestorven, in totaal zijn in die gevangenis honderden Buckeye militairen gestorven.

In tegenstelling tot zijn buren West-Virginia, Kentucky, en Pennsylvania, werd Ohio gespaard van ernstige militaire veldslagen. In September 1862, marcheerden de Confederate forces onderleiding van Brigadegeneraal. Henry Heth door noordelijk Kentucky en bedreigden Cincinnati. Toen zij de sterke verdediging en vestingwerken in het zuiden bij de Ohio rivier tegen kwamen draaiden zij zich om. Niet lang daarna, was het Brigadegeneraal.Albert G. Jenkins die het uiterste zuidelijke puntje van Ohio passeerde tijdens een aanval.
Het was in de zomer van 1863 dat een cavalerie Confederates toen onderleiding van John Hunt Morgan’s het zuiden en het oosten van Ohio binnenviel. Dit staat in de historie boeken als de Morgans Raid. Morgan werd tijden zijn militaire actie gevangen genomen in Columbia County.
Het enige slagveld van betekenis in Ohio is Johnson Island. Dit ligt in de Sundusky baai van het Erie meer. Hier werden baraken en de bijgebouwen gebouwd voor krijgsgevangenen, in eerste instantie was dit kamp bedoeld voor officieren, maar in drie jaar tijd werden er meer dan 15.000 Confederate soldaten vast gehouden. Op het eiland is een begraafplaats (foto) waar ongeveer 300 mensen begraven liggen.

Verscheidene Buckeye regimenten speelden belangrijke rollen in andere belangrijke slagen. Het 8ste OVI (Ohio Volenteer Infantry) had een belangrijk aandeel bij de Slag van Gettysburg. Bij diezelfde slag, was het de 66ste OVI die meerdere malen de aanval van de Confederate op berg “Culp’s Hill afsloegen. George Nixon, de overgrootvader van President Richard Nixon, diende in het 73ste OVI en sneuvelde in Gettysburg.

John Clem, die geboren was in Newark Ohio werd ook wel “Johnny Shiloh“ genoemd hij was de “ The Drummer Boy of Chickamauga,” en was de jongste onderofficier in de geschiedenis van de United States Army.
Toen hij 9 jaar was liep hij weg van huis en meldde zich aan bij het 3de Ohio Infantry, maar hij werd afgewezen omdat hij te jong was. Bij het 22st Michigan regiment werd hij ook niet aangenomen maar hij mocht blijven als mascotte. Tijdens de Battle of Chickamauga in september 1963, waar hij de drummer boy was, schoot hij een Confederate Kolonel dood met zijn op maat gemaakte musket. Na deze veldslag werd hij bevorderd tot sergeant, John Clem is na de oorlog naar de artilliry school in Fort Monroe gegaan. In 1916 ging hij als Kolonel met pensioen. De in 1937 overleden Clem ligt begraven in Washington op de Arlington begraafplaats.

Verscheidene generaals kwamen uit Ohio, waaronder Ulysses S. Grant, William T. Sherman, en Philip H. Sheridan. Vijf in Ohio geboren officieren uit de Burgeroorlog zouden later als President van de Verenigde Staten dienen.
De McCook familie (Fighting McCook) kreeg bekendheid als de grootste directe familiegroep die aan de oorlog deelnam, het waren 17 familieleden waarvan 5 het brachten tot generaal. Na de oorlog werden zij Gouverneurs of bekleden ze een belangrijke ambtelijke functie.
Op de foto Daniel McCook senior, hij was 63 toen hij als Majoor - Paymaster in het leger kwam.
Civil War begraafplaatsen in Ohio
Er zijn in Ohio 3 begraafplaatsen. Confederate soldaten liggen begraven op het voormalige krijgsgevangenenkamp Johnson Island, waar vooral officieren zijn begraven.
Een museum is op het vasteland in het plaatsje Marblehead. De gebouwen van de Burgeroorlog werden kort na de oorlog afgebroken. Maar archeologen hebben de fundamenten van het kamp opgegraven. Tijdens deze opgraving werd veel nieuw materiaal gevonden.
De tweede is in Steubenville, hier vind je de rustplaats van meer dan 2.000 militairen. Het is hier waar ook diverse Generaals, Kolonels en leden van de Fighting McCooks“ familie begraven liggen.
De laatste is bij het voormalige Camp Chase. Dit is een Confederate begraafplaats. Hier liggen 2199 voormalige krijgsgevangenen begraven. Vele gevangenen leden aan ondervoeding en stierven aan pokken, typhoid koorts of een longontsteking. Vooral de extreme koude winter in 1865 maakte veel slachtoffers.
Monumenten in Cincinnati en Mansfield herdenken de honderden Ohio militairen die van Zuidelijke gevangeniskampen, zoals Cahaba en Andersonville zijn bevrijd.
Een tragedie voltrok zich aan boord van de Steamboat Sultana. Een lek in een van de stoomturbines zorgde voor een explosie waardoor het schip in brand vloog. Aan boord waren tussen de 1300 en 1900 mensen, waaronder honderden vrijgelaten krijgsgevangen uit Ohio. Het schip was ingehuurd door de “War Department” om de soldaten terug naar Ohio te brengen, officieel had het schip maar plaats voor 376 passagiers.

Door heel Ohio staan diverse monumenten zoals ; standbeelden, kanonnen, en gelijkaardige gedenktekens die getuigen van de Ohio bijdrage in deze Burgeroorlog. Vaak staan de monumenten vlak bij gerechtsgebouwen. In Columbus is een monument bestaande uit kanonnen, en in de binnenstad van Cleveland is een indrukwekkend plein met een groot monument voor de Militairen en de omgekomen zeelieden. Andere grote monumenten zijn in Dayton en Hamilton. Een groot ruiterstandbeeld van Generaal Sheridan is in het centrum van Somerset. New Rumley heeft een gedenkteken voor George Armstrong Custer. 
Verder zijn er tientallen zgn. Historical Markers, dit zijn bronzen platen met het verhaal van de gebeurtenis op die plaats.
Enkele huizen van Generaals en politieke leiders zijn gerestaureerd en zijn open voor het publiek als musea. Onder deze huizen zijn; het Daniel McCook House in Carrollton, het Rutherford B Hayes huis hier vind je een aantal overblijfselen en voorwerpen uit de Burgeroorlog. In het huis van James A. Garfield in Lawnfield is een verzameling die de aanslag op President Lincoln weergeeft. De Ohio Historical Society heeft een heel archief van de oorlog en veel voorwerpen zoals Battle flags en artillerie kanonnen. Meer overblijfselen van de Burgeroorlog kun je zien in het Western Reserve Historical Society museum in Cleveland.

President Lincoln had de gewoonte om aan de vooravond van een slag te vragen hoeveel soldaten uit Ohio zouden deelnemen. Toen iemand vroeg waarom hij deze vraag elke keer opniew stelde, antwoordde hij; „Als ik weet dat er veel militairen uit Ohio zijn, is het waarschijnlijk dat wij het gevecht gaan winnen, want in elke situatie kan ik op ze vertrouwen."
Zestig procent van alle mannen in Ohio, in de leeftijd van 18 tot 45 jaar was in de dienst. Ohio's inbreng in de oorlog was; 230 regimenten van infanterie en cavalerie, 26 lichte artilleriebatterijen en 5 compagnies bestaande uit scherpschutters.
Meer dan 10% van de Buckeyes zijn gesneuveld. In totaal werden 6.835 mensen gedood, waaronder 402 officieren.
Foto Historical Marker: www.hmdb.org
Foto begraafplaats Camp Chase: Paul LaRue www.nps.gov
Foto artillery: http://www.old-picture.com/civil-war/pictures/Artill.
Foto Guard: www.rbhayes.org/hayes/civilwar